Logo Universiteit Utrecht

Stichting Bedrijfsgeschiedenis

Uncategorized

Verslag voorjaarsbijeenkomst 2015

Op vrijdag 24 april organiseerde de Stichting Bedrijfsgeschiedenis in het Maritiem Museum in Rotterdam haar jaarlijkse voorjaarsbijeenkomst. Centraal stond de Nederlandse ondernemer tussen 1850-1950.

De aanleiding vormde de voltooiing van de zes-delige serie Nederlandse Ondernemers 1850-1950, waarin 300 korte biografieën van Nederlandse ondernemers of families uit die periode zijn opgenomen met een spreiding over regio en bedrijfstak. De serie is voortgekomen uit een initiatief van de Stichting Ondernemersgeschiedenis en werd in opdracht van deze Stichting verzorgd door het historisch onderzoeksbureau Stad en Bedrijf onder redactie van Joop Visser, Matthijs Dicke en Annelies van der Zouwen. Te midden van deze ondernemers treffen we niet alleen vele bekende namen als Van Heek en Philips aan, maar ook vele onbekende. Wie kent de ondernemers achter bekende producten als Liga, King pepermunt, Norit, Tomado en Victoria Biscuits? Wie waren de oprichters van Elsevier, van de Spar? De biografieën van een stad of provincie worden ingeleid met een beschrijving van de ontwikkeling van de bedrijvigheid in die periode. Daarnaast worden in elk deel de veranderingen die ondernemers in Nederland in de periode 1850-1950 ondergaan beschreven in een inleiding van de hand van Ferry de Goey en Jacques van Gerwen.

De reeks van wetenswaardigheden die in dit naslagwerk te vinden is was echter niet het onderwerp van de middag. Twee belangrijke vragen vormden het uitgangspunt: wie waren deze wegbereiders van de moderne Nederlandse economie en wat zou deze serie kunnen betekenen voor het wetenschappelijk terrein van de bedrijfsgeschiedenis?

Een van de redacteuren, Joop Visser, besprak enkele aspecten, zoals de herkomst van de ondernemers, zowel geografisch als sociaal. Van de 300 ondernemers kwam bijna twee derde uit de eigen provincie of stad, terwijl 13% uit het buitenland kwam, de rest vestigde zich vanuit een andere provincie. De overgrote meerderheid, 87%, van de ondernemers was zelf zoon van een zelfstandige. Ook werd gekeken naar het succes van de ondernemingen op lange termijn. Van de 300 bedrijven is om welke reden dan ook 21% de bedrijfsvoering beëindigd, 37% is nu nog zelfstandig, terwijl 42% overgenomen of gefuseerd is. Dat laatste vooral in de periode 1960-1980..

Op de tweede vraag naar de betekenis van de serie voor de wetenschappelijke bedrijfsgeschiedenis ging Ferry de Goey in aan de hand van een vergelijking tussen deze serie en het in 1938 verschenen ‘Grote Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld’. In de discussie die onder leiding van de dagvoorzitter Paul van de Laar naar aanleiding van deze voordracht en van opmerkingen van Marcel Metze en Ariëtte Dekker vanuit hun ervaringen als ondernemersbiografen was vrijwel iedereen het er over eens dat de serie waardevol is of kan zijn voor bedrijfshistorici vanwege de vele bouwstenen voor verder onderzoek die de 300 biografieën in zich bergen.

Onder de borrel na afloop was er gelegenheid om de tentoonstelling TOPSTUKKEN te bezichtigen..

De serie Nederlandse Ondernemers 1850-1950 is verschenen bij WalburgPers.. Prijs per deel 39,95, prijs van de totale serie van zes delen in een cassette € 200,-